Paul Klarenbeek is Hoofd marketing en communicatie van het Fries Museum. Hij was in 2009 betrokken bij de tentoonstelling over de Friese architect W.C. de Groot en één van de deelnemers van de pilot e-cultuur en Web 2.0-technieken in het Fries Museum en Keramiekmuseum Princessehof. Voor de W.C. de Groot-tentoonstelling werkte het Fries Museum samen met verschillende externe organisaties en deskundigen. Ook werden verschillende nieuwe media ingezet om contact te leggen met het publiek en verhalen te verzamelen van bewoners van de karakteristieke panden van W.C. de Groot in Leeuwarden.
Wat is de belangrijkste leerervaring van het W.C. de Groot-project?
Paul Klarenbeek: "We hebben bij deze tentoonstelling meer vanuit het publiek gedacht dan vanuit het museum. Met die verandering waren we al langer bezig en bij deze tentoonstelling hebben we dat echt toegepast. Denken vanuit doelgroepen en profielen biedt nieuwe kansen en mogelijkheden voor het museum. Nieuwe media kunnen daar ook een rol bij spelen."
Kun je daar een voorbeeld van geven?
"We hebben geprobeerd om het W.C. de Groot-gevoel (het enthousiasme waarmee mensen in de arbeiderswoningen van de architect wonen en de liefde waarmee ze over hun huis spreken) ook te verspreiden via het web, via foto's op Flickr bijvoorbeeld. Via een Ning, een sociale netwerksite, konden mensen hun eigen verhaal vertellen."
Kun je via Twitter, Flickr, weblogs enz. gemakkelijk een gevoel van urgentie creëren of is het een kwestie van investeren in virtuele gemeenschappen en online contacten op de lange termijn?
"Het is een valkuil om te denken dat alles vanzelf gaat op het sociale web. Je begint met het gevoel dat er wel interactie met het publiek komt als je iets op internet begint. Dat is niet altijd zo. Je moet goed je doelgroepen onderzoeken en bekijken welke kanalen geschikt zijn voor interactie. Dat kan per thema of tentoonstelling verschillen."
Lenen sommige onderwerpen zich beter voor veel interactie met het publiek?
"Bij de tentoonstelling over quilts, die ook in 2009 in het Fries Museum te zien was, was het een natuurlijk proces. Quilten leeft enorm onder mensen en we konden als museum naadloos aansluiten bij die interesse."
Hoe kun je je merk versterken op en door het sociale web?
"Door regelmaat en herhaling wordt de naamsbekendheid van het museum groter. Dat is voor ons interessant. Ook voor het nieuwe Friese Museum is een sociale mediastrategie belangrijk. We verhuizen naar een nieuw pand aan het Zaailand en krijgen een ander profiel. Het nieuwe Friese Museum gaat zich veel meer op Friesland en de Friese identiteit richten. Sociale media kunnen helpen om dat uit te dragen."
Wat gaan jullie doen met de relaties die zijn opgebouwd tijdens de tentoonstelling en de voorbereidingen?
"We hebben een database met contacten opgebouwd die een rol kan spelen bij andere projecten. Vroeger was het zo dat we klaar waren als een tentoonstelling afgelopen was. Nu denken we na over hoe we bestaande relaties kunnen inzetten voor toekomstige tentoonstellingen. De mensen die geïnteresseerd zijn in de architectuur van W.C. de Groot en de geschiedenis van Leeuwarden hebben wellicht ook interesse in de verhalen van Friesland, die een prominente rol krijgen in het nieuwe museum. We kunnen ze opnieuw benaderen en uitnodigen."
Wat gebeurt er met de kennis die jullie hebben opgedaan tijdens de pilot en het werken met Web 2.0-middelen?
"Die gaat niet verloren en wordt ook onderhouden. Verschillende medewerkers hebben een vervolgcursus gedaan op gebied van cross media bijvoorbeeld. Binnen het Fries Museum en het Princessehof zijn we nog aan het nadenken welke plek sociale media in de organisatie krijgen. Leg je alles neer bij één persoon of worden in allerlei geledingen van de musea er mensen verantwoordelijk voor?"
Paul Klarenbeek is te bereiken via p.klarenbeek@friesmuseum.nl
Interview door Marie-José Klaver.